Het menu Wijzig

Maak ongedaan: hiermee herstelt u de laatste door u uitgevoerde wijziging. U kunt op deze manier een aantal stappen teruggaan als u meerdere wijzigingen ongedaan wilt maken.
Opnieuw: hiermee voert u de laatst ongedaan gemaakt actie opnieuw uit. U kunt op deze manier een aantal stappen vooruitgaan als u het commando Maak ongedaan een aantal malen heeft gebruikt.
Knip: hiermee verwijdert u de geselecteerde tekst of onderdelen. Ze komen op het klembord, zodat u ze ergens kunt plakken.
Kopieer: hiermee plaatst u een kopie van de geselecteerde tekst of onderdelen op het klembord, zodat u ze ergens kunt plakken.
Kopieer als koppeling: hiermee plaatst u een geselecteerde koppeling op het klembord; wanneer u de koppeling plakt, krijgt u voor elk item een adres.
Plak: de inhoud van het klembord wordt op het huidige invoegpunt ingevoegd. Als het klembord alleen tekst bevat (geen volledige items) en u de tekst van een item wijzigt, wordt de tekst op het invoegpunt geplakt. Anders wordt de inhoud van het klembord geplakt als een of meer nieuwe items.
Plak en pas stijl aan: hiermee negeert u alle stijlen van de tekst die u aan het plakken bent en neemt u de stijl over van de tekstpositie waar u plakt. Dit heeft natuurlijk alleen effect bij notities, daar dit de enige plaats is waar u over speciale stijlen beschikt.
Verwijder: hiermee verwijdert u de geselecteerde tekst of items.
Selecteer alles: hiermee selecteert u elk onderdeel in de opbouw of, als u de tekst van een onderdeel wijzigt, alle tekst in de cel.
Deselecteer alles: de volledige selectie wordt opgeheven, zodat er niets meer geselecteerd is.
Dupliceer: hiermee maakt u een ander item dat identiek is aan het geselecteerd, en plaats het onmiddellijk daarna.
Opbouw: deze commando's wijzigen de hiërarchische structuur van de geselecteerde items. Als u gewoon bent te werken met opbouwtoepassingen, zult u deze handig vinden.
Voeg onderliggend niveau toe: hiermee maakt u een nieuw item dat behoort tot het geselecteerde item; als u bijvoorbeeld een project heeft geselecteerd, wordt hiermee een actie aan het project toegevoegd.
Voeg bovenliggend niveau toe: hiermee maakt u een nieuw item op hetzelfde niveau als het niveau van het geselecteerde bovenliggende item; wanneer u bijvoorbeeld een actie selecteert op het bovenste niveau van een project, wordt hiermee een nieuw project gemaakt.
Verplaats: deze commando's herorganiseren het huidige geselecteerde item in de opbouwhiërarchie zonder de niet geselecteerde items te beïnvloeden. Omhoog en Omlaag wijzigen de locatie van een item ten opzichte van zijn onderliggende niveaus. Naar rechts en Naar links verhogen of verlagen het inspringniveau van een item. Wanneer items worden verplaatst, verhuizen hun onderliggende niveaus mee.
Spring in: hiermee verplaatst u het geselecteerde item naar rechts, zodat het een onderliggend niveau wordt van het voorgaande item in de opbouw.
Inspringen verkleinen: hiermee verplaatst u het geselecteerde item naar links, zodat het op hetzelfde niveau als het eerst bovenliggende niveau komt. Hierdoor worden alle eerst gelijke niveaus van het item nu onderliggende niveaus.
Groepeer: in de zijbalk groepeert u hiermee projecten tot mappen of contexten tot supercontexten. In de hoofdopbouw groepeert u hiermee acties tot projecten of actiegroepen.
Degroepeer: hiermee verwijdert u alle onderliggende niveaus uit het geselecteerde item.
Sorteer: hiermee voert u een eenmalige sortering uit van de geselecteerde items in de zijbalk of de hoofdopbouw, mits u iets heeft geselecteerd dat kan worden gesorteerd.
Wijzig notitie: hiermee gaat u van de itemtekst naar de notitiezone van een item, of gaat u van de notitiezone terug naar de itemtekst.
Voeg bestand bij: kies een bestand om in te voegen in de notitiezone van het geselecteerde item.
Voeg tijdstempel in: hiermee voegt u automatisch de huidige tijd en datum is, zoals gedefinieerd door de notaties voor Korte datum, Lange datum en Tijd in het paneel Internationaal van Systeemvoorkeuren.
Context: dit submenu bevat uw contexten; kies er een uit om toe te kennen aan de geselecteerde actie of stel de standaardcontext in voor het geselecteerde project of de geselecteerde groep.
Status: kies dit submenu om de status van een geselecteerd project aan te passen (Actief, Uitgesteld, Voltooid of Laten vallen).
Markeer als herzien: hiermee geeft u aan dat u het geselecteerde project heeft herzien. Hierdoor wordt de volgende herzieningsdatum aangepast.
Stel vlag in/Wis vlag: hiermee voorziet u de geselecteerde items van vlaggen of wist u de vlaggen van de geselecteerde items, gesteld dat deze een vlag hebben.
Ruim op: hiermee laat u OmniFocus een opruimactie uitvoeren, zodat alle items overeenstemmen met uw weergave-instellingen. Hiermee verplaatst u ook alle Postvak In-items die zijn toegewezen aan projecten of contexten naar waar ze horen te staan in uw bibliotheek.
Zoek: dit submenu bevat de standaard zoekcommando's die ook in vele andere Mac OS X- toepassingen te vinden zijn: Zoek (dit opent een venster waar u normale uitdrukkingen kunt invoeren en kunt zoeken-en-vervangen), Zoek volgende, Zoek vorige, en Voer selectie in (hiermee voert u de geselecteerde tekst in als de zoektekst).
Spelling: dit submenu bevat de standaard spellingcommando's voor het spellingcontrolesysteem van Mac OS X: Spelling (hiermee opent u het venster Spelling), Controleer spelling (hiermee controleert u de spelling in het document eenmalig) en Controleer spelling tijdens typen (hiermee schakelt u de automatische spellingcontrole in of uit).
Spraak: dit submenu bevat de commando's Start spraakfunctie en Stop spraakfunctie, die u kunt gebruiken om het tekst-naar-spraaksysteem van Mac OS X de geselecteerde tekst hardop te laten voorlezen.
Speciale tekens: hiermee opent u het tekenpalet van Mac OS X, dat tekens bevat die niet rechtstreeks op het toetsenbord kunnen worden getypt, zoals ♆ en ☺.
← Het menu Archief Het menu Weergave →